Zenilha – Een prachtige vlinder

  • door
Zenilha

Mijn leven begon al met een forse achterstand. Toen mijn moeder zwanger was van mij, at ze dagelijks handenvol sigarettenas. Als kind was ik vaak ziek. Een keer gaf de dokter me zelfs verkeerde medicijnen en ik raakte in coma. De buren kwamen al met kaarsen aan voor de dodenwake.

Ik overleefde het, maar ik was een ziekelijk kind dat veel thuis was. Het was in die tijd dat voorganger Orestes, van de kerk van de “crentes” (gelovigen) vaak op bezoek kwam en melk bracht omdat we erg arm waren, en voor mij en voor onze familie bad. Daar werden de eerste zaadjes van het evangelie geplant. Zo vaak ik kon ging ik naar de zondagschool waar mijn creatieve talenten werden gestimuleerd. Pastor Orestes was een lieve, opgewekte man en als hij mij vroeg wat ik later wilde worden, zei ik altijd “Crente!” en dan schaterde hij van de lach.

Helaas had ik een zeer turbulente tienertijd. Mijn ouders waren drankverslaafd en toen ik veertien was begon ik ook stiekem te drinken van de flessen die ik voor mijn vader moest kopen. Vanaf mijn achttiende raakte ik verstrikt in allerlei relaties waar ik mee aan de drank, drugs, crack en cocaïne ging. Daarnaast snoven we lijm. Mijn eerste vriend, waarvan ik samen met ons zoontje weggevlucht was, werd doodgeschoten door een mede-dealer. Mijn tweede besloot te vertrekken naar het buitenland toen hij hoorde dat ik zwanger was. Hij liet nooit meer iets van zich horen. Ik stond er helemaal alleen voor. Ik ging werken, terwijl mijn ouders op mijn beide kinderen pasten en onderhield zo mijn zoontjes en mijn ouders.

Ik was voortdurend op zoek naar echte liefde, maar vond die niet. Niet in volgende relaties, niet in het spiritisme, niet in het aanbidden van heiligenplaatjes. In tegendeel: ze brachten me alleen nog maar meer ellende. Tot de avond dat ik uit de plaatselijke bar stapte en voorganger Nildo en zijn vrouw tegen kwam die me uitnodigden om mee te gaan naar de samenkomst. Ik vergeet nooit de woorden die ze tegen me spraken: “God wil jou uit je cocon halen en tot een prachtige vlinder maken!”

Het duurde nog even voordat ik gehoor gaf aan hun uitnodiging, maar die woorden lieten me niet meer los. Pas op het dieptepunt van mijn leven, toen ik met de dood was bedreigd, er allerlei vloeken over mij uit waren gesproken en ik totaal zonder hoop was, besloot ik eindelijk naar de kerk te gaan. Daar werd ik zo aangeraakt door de blijde boodschap van het evangelie, dat ik mijn leven aan God overgaf. Ik besefte: dit is waar ik mijn hele leven al naar op zoek was! Mijn ziel werd verfrist, ik kon weer “ademhalen”, het was alsof er een zware deken van mij af werd genomen. Na 25 lange jaren werd ik verlost van mijn drank- en rookverslaving die mij in hun greep hadden gehouden.

Mijn radicale ommekeer en verandering die dat met zich meebracht, brengt mensen naar me toe die ook meer willen weten van het evangelie en dan vertel ik het hen.
In de ogen van mensen was ik een hopeloos geval, maar nu ben ik een levend getuigenis van Gods barmhartigheid. Hij is de God van het onmogelijke en daarom zeg ik: “Ik ben een wonder van God!”