Mijn naam is Érika Barroso (37), dochter van Antônio en Aparecida en jongere zus van Edson, Ederson en Edilson. Dit is mijn verhaal met de EZB.

Ik groeide op in een katholiek gezin. Mijn ouders namen ons mee naar de mis en processies. Hoewel ik nog jong was, weet ik dat ik het moeilijk vond; ik was bang voor de beelden in de kerk. Alles veranderde toen mijn ouders mij meenamen naar een kerk waar ik me wél veilig voelde. Daar kon ik bij de kinderbijeenkomsten zijn, waar we zongen, kleurden en speelden. Vanaf mijn zesde maakte ik deel uit van een geloofsgemeenschap die mij vreugde gaf.
In 1996 ging mijn moeder werken in de kinderopvang. Ik ging vaak met haar mee en hielp haar met de zorg voor de kinderen. Het was een leerzame, maar soms ook confronterende tijd, vooral wanneer ik zag hoe kwetsbaar sommige baby’s waren.

Als tiener deed ik actief mee in de kerk: ik zat in de lofprijsgroep, hielp bij de zondagsschool en nam deel aan evangelisatieactiviteiten. In 2005 verhuisden we naar Guanhães, waar net een nieuwe gemeente van de EZB was gestart. Het was bijzonder om de groei van die gemeente van dichtbij mee te maken.
In 2008 raakte ik zwanger en dreef ik steeds verder van de kerk af. Mijn geloof verkoelde en ik wilde nergens meer iets mee te maken hebben. Ik kreeg een dochter, Melissa, en voedde haar op met hulp van mijn ouders. Ik probeerde het leven volledig op mijn eigen manier in te vullen, los van God en de gemeenschap. Ik kwam terecht in een ongezonde relatie die me emotioneel uitputte en waarin ik mezelf volledig verloor. Tien jaar lang hield ik alle ballen zelf in de lucht, totdat ik aan de grond zat. Ik belandde in een diepe depressie en zag geen uitweg meer; ik wenste soms zelfs dat ik er niet meer was.
Ondertussen startte de kerk een project voor gezinnen in de wijk Almas. Wat begon met kinderdiensten groeide uit tot een kleine gemeente. In 2017, tijdens een aanbiddingslied, ging ik op mijn knieën en voelde ik dat ik moest terugkeren. Het was geen makkelijke stap, maar ik vond opnieuw mijn plek bij God.
Ik raakte weer betrokken bij projecten en ging vrijwilligerswerk doen bij het Almas-project. Tijdens de pandemie hielp ik met het inzamelen en uitdelen van voedsel en met noodhulpregistraties. Daar voelde ik me oprecht van betekenis.

Twee jaar geleden werd ik uitgenodigd om bij de EZB te werken als marketingcoördinator. In die rol mag ik verhalen en projecten zichtbaar maken en zo bijdragen aan het grotere doel.
In 2024 bracht ik veel tijd door in kinderdagverblijven en buurthuizen. Door het contact met kinderen ontdekte ik dat ik autistisch ben. Mijn eerdere beeld van autisme bleek onvolledig. Door gesprekken, herkenning en veel lezen viel alles op zijn plek. Mijn uitdagingen én talenten kregen een naam. Dat inzicht heeft mijn zelfbeeld veranderd.
Ik ben dankbaar dat God mij hier heeft gebracht. Ik ken mijn beperkingen, maar ook mijn mogelijkheden. Dankzij de mensen die in mij geloven, blijf ik groeien, dienen en barrières doorbreken. Alles wat ik vandaag ben, is mede gevormd door de zorg, het geloof en de liefde die ik onderweg heb ontvangen.
