”Ik woon in het paradijs!”

  • door

Paulinho komt uit een geslacht van slagers en drinkers. Zijn vader en moeder waren alcoholisten en het is niet te verwonderen dat Paulinho (en de meeste van zijn talrijke broers) dat ook was. Tot hij in aanraking kwam met gelovigen, hij aangesproken werd door de Heer en tot bekering kwam. Wat een verandering in het leven van Paulinho. Hij liet de drank staan en werd een gerespecteerd burger die zelfs gekozen werd tot gemeenteraadslid en voorzitter van de gemeenteraad. Enkele gelukkige jaren volgden voor Paulinho en zijn vrouw Ana Teresa, die hoofd was van het semi-internaat in Sabinopolis. Tot Paulo z’n geloof niet meer zo belangrijk vond, weer sociaal ging drinken en weer slaaf werd van de alcohol. Het leven van liegen, schulden maken, tranen huilen en beloften doen, begon opnieuw. Enkele jaren achter elkaar. Ana Teresa huilde vaak: “Ik heb al een vader gehad die alcoholist was! Ik kan het niet opbrengen ook nog te leven met een man die aan de drank is. Ik ga bij hem weg”. Paulinho werd niet herkozen, verloor zijn slagerij en zijn huis. En bijna zijn gezin. In deze tijd kwam hij vaak bij Oscar. “Ik wil ophouden met drinken, maar ik kan het niet!”. Oscar praatte met hem, bad met hem, gaf hem werk…. Het lukte niet. Toen Oscar naar Nederland vertrok, was Paulinho ontroostbaar. Zijn vriend was weg, de enige die nog in hem geloofde. Op een dag wankelde hij dronken het kantoor binnen om met Nico te praten. “Kijk eens wat een wrak ik ben. Ik zit helemaal aan de grond. Zeg maar wat ik moet doen om er af te komen. Ik zal alles doen wat u zegt!”. Nico praatte met hem en bad voor hem. Demonen manifesteerden zich en spraken door hem: “Hij is van ons, je krijgt hem niet”. Nico bestrafte ze en God bevrijdde hem. Zijn ogen stonden helder. Er had een zichtbare verandering plaats gevonden. We hebben Paulinho en zijn gezin naar Belo Horizonte gehaald, waar hij enkele maanden in een tehuis van Teen Challenge is geweest. Daarna hebben we op het terrein van het conferentiecentrum (dat 3 km. van het dorp ligt) een huisje voor het gezin ontruimd. Nico heeft hem strak onder controle gezet. “Paulinho, nu ga je hier werken, en je blijft op het terrein”. Paulinho was gewillig. Hij werkte als een paard: gras maaien, koken voor kampen en conferenties, de watervoorziening op gang houden, alles deed hij met grote inzet. Langzamerhand ontpopte hij zich als een heel talentvolle opzichter over het hele terrein: de volkstuinen en het terrein van het conferentiecentrum. De andere mensen die er werkten gingen hem als chef zien. Hij zorgde ervoor dat de bananen niet meer door voorbijgangers werden opgegeten, maar stuurde ze naar het semi-internaat, voor de kinderen. Hij liet werknemers slakken verkopen aan vissers en eiste een deel voor de zending. Hij vroeg of hij het conferentiecentrum mocht verhuren aan dagjesmensen, scholen en gezinnen uit de stad. Hij wilde ze wel opvangen, de boel netjes houden, en koken voor de gezelschappen. “Ja, best, Paulinho, maar drank is verboden op het terrein”. Zo ging Paulinho geld verdienen voor de zending. Ondertussen is een jaar en vier maanden verstreken. Ana Teresa is een gezellige goedlachse vrouw en de kinderen spelen vrolijk op het terrein. Paulinho heeft niet weer gedronken. Hij gaat nu af e toe naar de stad om dingen te regelen, maar neemt vaak iemand mee. Want hij weet dat hij zwak is en weer kan vallen. Hij houdt iedere morgen een ochtendwijding met de hele groep en heeft al twee andere werknemers tot de Heer mogen leiden. Als je Paulinho vraagt waar hij woont, geeft hij uitdrukking aan zijn onuitsprekelijke blijdschap en dankbaarheid, door te antwoorden: “Ik woon in het paradijs”.