De levensgeschiedenis van Daluz, studente op de bijbelschool

  • door

“Ik ben geboren in een arm gezin op het platteland in Cismarias (6 uur loopafstand van Sabinópolis). Toen ik klein was, was er zelfs geen weg naar toe. In dit afgelegen buurtschapje was iedereen familie van elkaar. Er was geen school en geen kerk. Iedereen was analfabeet, en niemand kende Jezus. Mijn vader werkte op het land. We waren met tien kinderen, waarvan er nog zeven leven. Op een dag kwam een van de bewoners in Sabinópolis, en hoorde over Jezus. Hij bekeerde zich en kwam terug naar Cismarias met de boodschap van verlossing. Het zendingswerk legde een (zand)weg aan, en br. Nico kwam ook bij ons het Evangelie brengen. We hadden geen gelukkig gezin. Mijn oudste broers hebben nog meegemaakt dat mijn vader alcoholist was, en dat ze hem vaak moesten zoeken als hij ergens buiten z’n roes uit lag te slapen. Vaak dreigde hij weg te gaan. Tot het Evangelie in Cismarias kwam, en hij en mijn moeder tot bekering kwamen. Hij heeft nooit meer gedronken. Br. Noé kwam als voorganger in Cismarias wonen, er kwam een kerk en een school (4 leerjaren) van de zending, en alles veranderde. Wat was ik blij dat er een school in Cismarias kwam! Voor die tijd moest ik iedere dag 2 uur lopen om op school te komen. Toen ik geboren werd, waren mijn ouders al christen. Ik groeide dus op in een gelovig gezin. Ik heb een fijne herinnering aan mijn kinderjaren. We waren arm, liepen altijd blootsvoets, en áls we eens sandalen kregen, mochten we die alleen op zondag aan. Soms speelden we dat we sandalen kregen, en bonden we lianen om onze voeten. Onze poppen waren maïskolven, waar we lappen “kleren”? omheen bonden. We hielpen thuis mee; we haalden stookhout uit het woud, haalden water en wiedden de akkers. Van mijn ouders weet ik dat ik nog twee zusjes heb gehad die stierven toen ze klein waren, ik denk aan ondervoeding. Ik heb niet meer meegemaakt dat we thuis honger leden, want we hadden toen ik opgroeide een groententuin, vruchtbomen en melkpoeder uit Nederland. We kregen ook kleding van de zending. Toen ik de 4e klas af had, mocht ik verder leren in Sabinópolis. Ik kwam in het meisjeshuis, waar we met 16 meisjes uit het binnenland woonden. Ik heb daar acht jaar gewoond, tot ik de middelbare school afgerond had. Ik deed in de gemeente mee met activiteiten als: zingen in het koor en in de aanbiddingsgroep, lesgeven op de zondagsschool. Ik weet niet precies wanneer ik bekeerd ben. Ik dacht dat ik christen was en geloofde alle christelijke waarheden, totdat ik hoorde dat je heel duidelijk een bewuste beslissing voor de Heer moet nemen. Ik was toen al 23 jaar, en heb dat toen alsnog gedaan. Toen wist ik écht: nu ben ik een kind van God. Toen ik de middelbare school afrondde, ging ik bij de BEM (de zending) werken, als leidster in het Jeugdvormingscentrum. Ik vond het heerlijk met tieners te werken. Ik was zondagsschoolleidster, en leidde de dansgroep van de gemeente. Ik hielp jongeren om de juiste keuzes te maken in hun leven. De Heer leidde me naar de Bijbelschool. Ik wilde de Bijbel beter kennen en getraind worden in wat God voor me heeft. Ik ben nu ongeveer op de helft van mijn studie. Ik weet nog niet wat ik zal gaan doen of waar ik naartoe zal gaan. Maar de toekomst is in Zijn hand, ik vertrouw dat Hij dat zal leiden. Ik heb Psalm 16:5 tot de mijne gemaakt: “Heer, mijn enig bezit, mijn levensbeker, u houdt mijn lot in handen.”? Zo wil ik door God gebruikt worden om van Zijn liefde te vertellen aan de mensen en hen te dienen met de capaciteiten die God me heeft gegeven.”? Daluz Felipe Gonzaga.