Na een jaar van voorbereiding was het eindelijk zover. Van 23 juli tot 8 augustus was Guanhães het decor van een bijzondere ontmoeting: 38 jonge Nederlanders kwamen met een reis van World Servants naar Brazilië om mee te bouwen aan een sportveld bij het wijkcentrum van de kerk.
Voor de buurt betekent dat sportveld veel. Kinderen hebben nu weinig ruimte om te spelen en zijn vaak aangewezen op de straat. De kerk en bewoners uit de buurt kijken daarom reikhalzend uit naar de voltooiing van het veld.
Maar al snel bleek dat er deze weken méér gebouwd zou worden dan alleen een sportveld.








Vanaf de eerste dag werd er hard gewerkt. Stenen, cement en gereedschap waren volop aanwezig. Tegelijkertijd gingen groepen de wijk in om gezinnen te bezoeken. Niet om alleen iets te brengen, maar vooral om te luisteren: ‘Wie wonen hier? Wat maken zij mee? Waar hopen zij op?’
Zo ontmoette de groep een gezin met een kind met een beperking. Ondanks de vele moeilijkheden was er opvallend veel levensvreugde en dankbaarheid. Een andere ontmoeting was met een moeder die met haar kinderen was gevlucht voor een gewelddadige partner. In de wijk Almas, waar de EZB werkt, maakte ze een nieuwe start. Ze vertelde hoe belangrijk het Almas Project voor haar kinderen is: een plek waar ze kunnen spelen, leren en ontdekken hoe ze kunnen groeien tot mensen met waardigheid en toekomst.
Het waren ontmoetingen die verder gingen dan een kort gesprek. Er ontstonden relaties.
De jongeren bezochten ook scholen en spraken met kinderen en tieners over mentale gezondheid, pijn, dromen, intimiteit en pesten. Dat waren geen gemakkelijke gesprekken. Het onderwerp kreeg een extra lading, omdat het jaar ervoor twee leerlingen een einde aan hun leven hadden gemaakt omdat ze werden gepest.
Sommige verhalen kwamen hard binnen. Er waren momenten van verdriet en tranen. Toch bleven de jongeren luisteren. Ze wilden laten merken dat ieder leven waardevol is en dat mensen ertoe doen.
Het geloof was in deze weken de rode draad. De Nederlanders en Brazilianen deelden diensten, zongen samen en maakten ruimte voor gebed en lofprijzing. Gemeenteleden verzorgden maaltijden en namen uitgebreid de tijd om hun gasten te ontmoeten.
Tijdens een dienst rond het kampvuur werd samen gezongen. Op andere momenten ontstonden gesprekken aan tafel of tijdens het werk. Juist in die gewone momenten werd zichtbaar wat het betekent om als christenen verbonden te zijn, ook al woon je duizenden kilometers van elkaar vandaan.
Ook buiten de bouwplaats organiseerden de Nederlandse jongeren veel. Kinderen genoten van sport- en spelactiviteiten, er was een vliegerfestival en een speciale dag voor kinderen en tieners uit een pleeggezin. Ook deden de jongeren kleine reparaties en schilderwerk bij pleeggezinnen, en ze
bezochten het ziekenhuis en een verzorgingstehuis. Ook hier werd opnieuw duidelijk dat soms simpelweg aanwezig zijn al betekenisvol is.
Op 8 augustus kwam het afscheid. Overdag was er nog volop ruimte voor spelletjes en samenzijn. Maar toen de avond viel, kwamen de tranen.
Brazilianen en Nederlanders beseften dat ze misschien voor de laatste keer samen waren. En daarmee werd iets zichtbaar wat gedurende de hele reis was gegroeid. De 38 jongeren kwamen naar Guanhães om te bouwen. Ze vertrokken met veel meer dan een herinnering aan stenen, cement en een sportveld. Ze namen verhalen mee. Gezichten. Namen. Vriendschappen. En de overtuiging dat grenzen minder groot zijn wanneer mensen elkaar werkelijk ontmoeten.
Misschien is het nieuwe sportveld straks het meest zichtbare resultaat van deze reis. Maar de grootste opbouw vond ergens anders plaats: in mensen en in relaties.
Esther, een van de deelnemers van het World Servants-team, vatte het treffend samen:
“Afrika steelt je hart, Brazilië steelt je hele lichaam.”
Ze kwamen om een sportveld te bouwen, maar ontdekten dat ze vooral een stukje van zichzelf in elkaar hadden gebouwd.
