Ga naar de inhoud

Daden van liefde

  • door

Ik ben Jaqueline da Fonseca, 46 jaar oud, en ik wil graag uitleggen waarom de EZB zo belangrijk is voor Brazilië. Toen ik zes jaar oud was, woonde mijn familie in Sabinópolis, destijds een stad met vierduizend inwoners. Er was praktisch geen werk of onderwijs en ons gezin leefde in extreme armoede. We hadden nauwelijks iets te eten. Af en toe ontvingen we wat bonen en meel, en daar ben ik God dankbaar voor. Mijn moeder had een zware depressie en moest twee dochters opvoeden zonder de hulp van een man. Mijn oma woonde ook bij ons en voedde ook nog een kleindochter op. Dus er waren drie jonge kinderen met een volwassene die psychisch ziek was en een andere die al op leeftijd was.

In die tijd leidde God Alba, een van de vrijwilligers van EZB, naar ons. Door haar leerden we Jezus kennen. Ze vertelde veel over de liefde van God. Mijn moeder werd geraakt het evangelie, stopte met roken en herstelde geleidelijk van haar depressie. Wij, de kinderen, kregen een plekje in de kinderopvang. Wat me het meest heeft gevormd, is hoeveel God van ons houdt. Ik leerde ook dat God onze Vader is. Hoewel mijn biologische vader er niet was, had ik een God die me niet in de steek zou laten.

Toen ik wat ouder was volgde ik een jongerenproject. Daar leerden we niet alleen meer over Jezus, maar ook hoe we moesten schilderen, naaien, koken, tuinieren en nog veel meer. Het was een fantastische tijd! Ik heb in totaal vier projecten gevolgd en had leiders die een belangrijke rol in mijn leven hebben gespeeld, zoals Alba, Ione, Salete en Ronald en Elma Steenbeek, die me piano leerden spelen, me meenamen naar hun huis om popcorn te eten en films te kijken (op een grote televisie), dingen die ik nog nooit eerder had meegemaakt. Als volwassene maakte ik deel uit van Jóia, een groot vrouwenkoor. We hebben jarenlang verschillende presentaties gegeven en ook een speciale bijdrage geleverd aan het 50-jarig jubileum van de EZB in 2016.

Ik heb ook een aantal jaren meegeholpen bij het Almas-project in Guanhães. Ik hielp bij de eredienst, vertelde verhalen en had veel contact met de gezinnen in de buurt. Ik zag hun nood, hielp waar ik kon en begreep hoe hard ze Jezus nodig hebben. Tot mijn verhuizing naar een andere stad was ik betrokken bij dit werk. Het samenzijn met mensen in een christelijke omgeving, praten over liefde en het dienen en geven, deed mij groeien. Ik ontving, veranderde en kon niet anders dan anderen hetzelfde geven wat ik ook mocht ontvangen. Ik verlang ernaar een vrouw naar Gods hart te zijn en de Heer en mijn naaste te dienen. Ik wil ook een goede moeder zijn voor mijn kinderen João Paulo en Jéssica.

Wat mij drijft om de EZB ook financieel te steunen, is de zekerheid dat dit project stopt als wij stoppen, als we geen barmhartigheid tonen zoals Christus ons heeft geleerd. Niet iedereen kan naar dorpen en steden om de handen uit de mouwen te steken. Hoe troostrijk is het dan we kunnen ondersteunen door een gift over te maken. Laat het werk van de EZB alstublieft niet los. Het welzijn van honderden gezinnen hangt af van dit zendingswerk, dat vanuit Gods roeping is ontstaan.