40 jaar EZB – een terugblik

  • door

‘Wij willen het onze kinderen niet onthouden, wij zullen aan het komend geslacht vertellen van de roemrijke, krachtige daden van de Heer, van de wonderen die Hij heeft gedaan.’ Psalm 78:4

Op 29 juli 1966 werden we uitgezwaaid door een grote groep vrienden en familieleden, die ons van Stadskanaal naar Schiphol bracht. Onze bestemming: Sao Paulo, Brazilie. We wisten niet wat ons te wachten stond – indertijd was Brazilie nog vrij onbekend gebied – maar van een ding waren we zeker: God had ons naar Brazilie geroepen om het Evangelie te brengen aan mensen die het nog nooit gehoord hadden. We werden gastvrij onthaald door Nederlandse zendelingen, die ons ook de eerste lessen in de zo andere cultuur leerden. We bleven een jaar in de staat Sao Paulo, en toen was de tijd aangebroken om te gaan doen waar we voor gekomen waren: het Evangelie brengen aan mensen die het nog nooit hadden gehoord. Op een bovennatuurlijke manier leidde God ons naar een primitieve streek, het ‘dal van de Mucur’ in de staat Minas Gerais. Dit boeiende verhaal van Gods leiding staat beschreven in het boek ‘Schatten uit de duisternis’. In de wijde omgeving was niet een evangelische gemeente. We vestigden ons in de plaats Sabinopolis, waar niet een gelovige woonde. Sabinopolis was een agrarisch dorp: de ‘rijken’ waren boer, landeigenaar, arts, winkelier, rechter of hoofd van de school. De ‘armen’, veelal analfabeten, werkten op de landerijen en de vrouwen en meisjes in de huishouding.

Foto: We staan bij de trap van het vliegtuig naar Brazilie (1966) Armen in de omgeving van Sabinopolis
Armen in Sabinopolis en omgeving.

De enige industrie was een kleine melkfabriek. Verbindingswegen waren zandwegen. Die waren altijd glad: of door losse opstuivende roodbruine aarde of door modder. We probeerden contact te maken met de bevolking, deelden traktaten uit – hoewel veel mensen niet konden lezen – en hielden openluchtsamenkomsten, wat ons niet in dank werd afgenomen door een grote groep mensen. In veler ogen waren we ‘ketters’ en soms waanden we ons terug in Luthers tijd! We hielden eenvoudige Bijbelstudies in hutjes, en nodigden ze uit in ons huisje, voor een dienst. Langzaam maar zeker kwamen er mensen tot de Heer, allemaal uit de lagere klasse van de bevolking. Ze werden bedreigd: als je ‘crente’, christen, wordt word je niet meer geholpen op de gezondheidspost, als je ziek bent. Als je dood gaat mag je niet begraven worden op het kerkhof, want dan ben je een heiden. Sommigen verloren hun werk. Maar langzamerhand groeide er een gemeente. We huurden een kleine zaal, en gingen daar onze samenkomsten houden. De gemeente groeide. Een tweede grotere zaal kwam, vervolgens een derde en een vierde. We besloten ook samenkomsten te houden in de omgeving, in het gehucht Euxenita, in Corrego Doce, en later in nog meer plaatsen rondom Sabinopolis. Overal ontstonden gemeentes.

Trijnie met de kinderen in de jonge gemeente in Euxenita (1969)
Trijnie met de kinderen in de jonge gemeente in Euxenita (1969)

In Corrego Doce, waar de mensen verspreid over de landerijen en in de valleien woonden, kwamen er in de eerste samenkomst veertig mensen. We zaten in een hut, bij het licht van een kerosinelampje. Bijna allemaal wilden ze de Heer Jezus dienen! Ook daar kregen we toen een gebouwtje, want de huisjes waren bij voorbaat te klein om samenkomsten te houden! Er heerste enorme armoede in de hele streek. De lonen waren laag, de gezinnen groot, er was veel kindersterfte. Armen hadden niet genoeg te eten, ze liepen op blote voeten, het drinkwater was niet gezuiverd, de meesten hadden geen douche of wc en geen stromend water of afvoer, met als gevolg dat bijna iedereen darmparasieten had.

Ondervoed kind Ondervoed kind Ondervoed kind
Ondervoede kinderen

De schrijnende situatie van veel mensen bracht ons in een groot conflict: we waren uitgegaan om het Evangelie te brengen, gemeentes te stichten, discipelen te maken. Moesten we ook wat aan de armoede gaan doen? God sprak tot ons door 1 Joh.3:17: ‘Hoe kan Gods liefde in iemand blijven die meer dan genoeg heeft om van te bestaan, maar zijn hart sluit voor een broeder of zuster die hij gebrek ziet lijden?’
Ons eerste diaconale project was een vrachtauto vol waterfilters kopen en deze filters uitdelen, zodat de mensen schoon water zouden hebben. Daarna plaatsten we eenvoudige wc’s bij de hutjes. Met hulp uit Nederland kochten we vervolgens een groot huis, zodat we een semi-internaat (kinderdagverblijf) konden starten. Dit was best spannend, want we hadden geen idee hoe het allemaal moest lopen! God gaf wijsheid en al spoedig kwamen er heel veel aanvragen van arme gezinnen, om hun kinderen te verzorgen.

Het eerste semi-internaat (1973)
Het eerste semi-internaat (1973)

Het werk groeide. We gingen naar plaatsen in de wijde omtrek om het Evangelie te brengen. Omdat we het zelf niet allemaal meer aankonden, gaven we Bijbelonderwijs aan enkele mannen die bekeerd waren, en leiders waren in hun omgeving. Zij werden de ‘voorgangers’ van de gemeenten. Ze wisten niets van de Bijbel, hadden nog nooit van Mozes, David of Paulus gehoord! Maar ze wisten wel dat de Heer Jezus hen had gered! De eerste keer dat ze moesten spreken in hun gemeente, maakte Nico de preek, die hij eerst voor hen preekte. Daarna hielden zij op hun beurt Nico’s toespraak. En er bleven mensen tot geloof komen! God zegende en inspireerde hen!

Een van de eerste openluchtsamenkomst in Materlandia, met enkele jonge gelovigen (1976)
Een van de eerste openluchtsamenkomst in Materlandia, met enkele jonge gelovigen (1976)
De gemeente in Cismarias begon onder de bomen in het woud (1975)
De gemeente in Cismarias begon onder de bomen in het woud (1975)

We waren uitgezonden door de Pinkstergemeente te Stadskanaal, die met veel enthousiasme achter ons stond, met gebed en financien. Toen het werk groeide, was er ook steeds meer geld nodig (zaalhuur, vervoer, werkers, semi-internaat etc.). De oudsten van de gemeente die ons hadden uitgezonden, besloten om het werk ook buiten de gemeente bekend te maken. Er werd een vriendenkring gevormd, zodat het financiele draagvlak breder zou worden. Er kwam een bestuur en een regelmatige nieuwsbrief die aan vrienden en gemeentes werd gezonden. De Heer en onze biddende en gevende vrienden zijn trouw geweest, al die veertig jaren!

Onze eerste Braziliaanse Berichten
Onze eerste ‘Braziliaanse Berichten’

Ons gezin groeide. De Heer gaf ons vier kinderen, en we adopteerden nog drie. Marli­ is een van hen. Ze was volledig ondervoed toen ze bij ons kwam. Marli’s schokkende verhaal kunt u ook lezen in ‘Schatten uit de Duisternis’. Na tien jaar in Sabinopolis gewoond te hebben, verhuisden we naar de hoofdstad Belo Horizonte, om onze kinderen een beroepsopleiding te kunnen laten volgen. Dit kon niet in Sabinopolis. Nico bleef in Sabinopolis werken, Trijnie verbleef met de kinderen in Belo Horizonte. Gedurende 15 jaar hadden we een ‘weekend-huwelijk’.

Een van onze gebedskaarten (1977)
Een van onze gebedskaarten (1977)

In de veertig jaar van ons verblijf hier, heeft de Heer ons soms in heel moeilijke situaties en ziektes, bijgestaan, en ons geweldige uitreddingen gegeven. Meerdere keren werd Nico met de dood bedreigd. We hadden enkele malen een verkeersongeluk. Nico werd ernstig ziek evenals enkele van de kinderen. Maar als we terug kijken, kunnen we vol dankbaarheid zeggen: ‘God heeft ons beschermd, ons visie gegeven, ons geleid en ons steeds voorzien van wat er nodig was, zowel in ons gezin als in het werk.’