Eder in z'n jonge jarenEder nu“In het Kinderproject had ik het gevoel alsof ik was geadopteerd, alsof ik in een nieuwe familie was opgenomen. Ze gaven me alles wat mijn eigen ouders me niet konden geven”
We zijn in gesprek met de sympathieke Eder (33). Als kind viel hij altijd al op door z’n onuitputtelijke energie en gulle lach, maar zijn thuissituatie was verre
van blij. Z’n vader was drankverslaafd, met alle gevolgen van dien. Ze hadden het zó arm, dat ze wekenlang moesten overleven op waterige maispap met zout(!), want zelfs voor een beetje suiker hadden ze geen geld.
Toen Eder 3 jaar was kreeg hij elke dag een beker melk in het hulpproject en toen hij 7 was, werd er in zijn woonplaats een Kindercentrum geopend, waar hij dagelijks samen met z’n acht broertjes en zusjes heen ging en heerlijke maaltijden kreeg. Wat een schrille tegenstelling met thuis!
Ook waren er mensen die zich om hem bekommerden, hem coachten, goede normen, waarden en gewoontes aanleerden, hem hielpen bij z’n huiswerk en hem het belang van een goede opleiding bijbrachten.
Tot z’n achttiende werd hij begeleid in de projecten en toen waagde hij de grote sprong naar de verwezenlijking van zijn droom. Op zesjarige leeftijd, op het dieptepunt van hun armoede, had hij eens tegen zijn wanhopige moeder gezegd: “Mama, als ik later groot ben, ga ik heel hard werken en dan zullen we nooit meer arm zijn!”.
De drang om z’n familie te helpen was enorm. IJverig als hij was, begon hij als hulpje in een bakkerij. Daarna werd hij in de grote stad manusje van alles in een woonwinkel. Hij werkte keihard, werd na een poosje bevorderd tot afdelingshoofd, en niet lang daarna tot filiaalhouder. Daarnaast werkte hij ook nog als etaleur.
Op een goede dag waagde hij de sprong naar de start van zijn eigen bedrijf en inmiddels is hij de eigenaar van twee goedlopende winkels, geeft cursussen in decoratie en voorziet in werk voor 60 medewerkers, waarvan velen uit zijn geboortedorp Materlândia. Hij heeft een eigen distributiecentrum, importeert goederen uit het buitenland, en maakt zakenreizen naar o.a. China en de Verenigde Staten.
Kortom: de eens zo arme en ellendige Eder is nu een welgesteld en succesvol zakenman.
Hij besluit het gesprek met: “Zonder het Kindercentrum weet ik niet waar ik nu zou zijn geweest. Waarschijnlijk zou ik drank- of drugsverslaafd zijn geworden en een ellendig leven hebben geleid. Een adelaar, die nooit zou hebben geleerd om te vliegen…”
Eder helpt op vele manieren de Kinderprojecten in zijn geboorteplaats.

Op 18 mei 1973 vond er een misdaad plaats in Brazilië die later de aanleiding zou worden tot het uitroepen van de “Nationale Dag tegen seksueel misbruik en uitbuiting van kinderen en tieners”.
Die dag kwam de kleine Aracéli van 8 niet thuis na schooltijd. Na een intensieve zoektocht werd haar lijkje gevonden: onder de drugs, verkracht en mishandeld. Om haar onherkenbaar te maken was ze overgoten met zoutzuur. Het was haar hondje Radar die haar echter herkende. De daders, zonen van rijke families, werden vrijgesproken, de bewijzen van de misdaad vernietigd…
Nog steeds zijn kinderen slachtoffer van misbruik en uitbuiting, en nog veel te vaak hangt er een muur van stilte rondom dit onderwerp, juist omdat veel rijken en invloedrijken bij deze praktijken betrokken zijn.
Dat is de reden dat de BEM in Rio Vermelho (waar veel misbruik onder kinderen en uitbuiting van tieners plaatsvindt) samen met de plaatselijke overheid voor de eerste maal een themaweek over dit onderwerp organiseerde, met als afsluiting een stille tocht door de straten van deze plaats. Doel was de stilte te doorbreken en de bevolking de ogen te openen voor dit onrecht.
De reacties waren voornamelijk positief:
"Geweldig wat jullie doen, dit heeft Rio Vermelho nodig!” (een jongeman)
"Ik wist niet dat er zo’n specifieke dag bestond, maar hierdoor wordt het gemakkelijker om erover te praten. Super!” (een jonge vrouw)
"Waar is dit voor? Het zal toch niet helpen!” (een boze man)
"Toen ik de optocht zag, dacht ik: dat zal de BEM wel zijn met iets positiefs, en jawel, ik had gelijk!” (een jonge winkelbediende)
"Toen ik jullie langs zag komen, wilde ik gelijk met jullie mee, want het is hoog tijd dat hier iets tegen wordt gedaan! (een vrouw die zich aansloot en tot het einde met de tocht meeliep)
Welke invloed het evangelie op deze misstanden heeft, blijkt wel uit wat een klein meisje een van de leidsters toevertrouwde: “Toen mijn moeder nog dronk, waren er altijd mannen thuis die aan mij zaten, maar sinds mijn moeder de Here Jezus heeft aangenomen is dat gelukkig allemaal gestopt!

Stille tocht

Pauline Olde Olthof“Toen mijn moeder en ik op 20 maart het kindercentrum in Euxenita binnenstapten was het een drukte van belang. Een klasje kinderen ging zingend naar de eetzaal voor een warme maaltijd, een andere groep ging douchen en tandenpoetsen. Sommige kinderen maakten zich even los van de groep om ons te verwelkomen met een abraço (omhelzing) anderen keken liever van een veilige afstand naar deze vreemde bezoekers.
We werden in de groep van Milenny, ‘mijn’ adoptiekindje, verwacht. Wat leuk om haar in levende lijve te zien en even gezellig met haar en de andere kinderen te kunnen spelen! En wat waren ze allemaal blij met de speeltjes die we voor hen meegenomen hadden. Wat later kon mijn moeder ook “haar” Thiago leren kennen. In zijn allermooiste kleren zat hij in de eetzaal op haar te wachten.
In de week dat we in Sabinopolis verbleven hebben we veel gezien van het werk dat BEM doet in de regio Minas Gerais. We hebben diverse kindercentra, kerken en armenwijken bezocht en dit alles heeft een diepe indruk op ons gemaakt. Door de mensen van BEM wordt met zo veel betrokkenheid en compassie zulk geweldig werk verzet! Door de huidige economische situatie helaas vaak met (te) weinig middelen en onder hoge werkdruk. Maar wat is het belangrijk wat ze doen en wat maakt het een verschil voor deze kinderen! Ze kunnen leren en spelen in een veilige en liefdevolle omgeving, krijgen een gezonde maaltijd, goede verzorging en horen bovenal over de liefde van God. Ze krijgen hier toekomstperspectief.
Schrijnend dat er nu kinderen geweigerd moeten worden omdat er geen geld meer voor hun opvang is. Het nieuwe sponsorplan is daarom volgens mij onontkoombaar en de beste oplossing om zoveel mogelijk kinderen te kunnen blijven helpen. We helpen dan niet alleen ‘ons eigen’ kindje, maar ook alle andere kinderen”.

Pauline Olde Olthof

Mishandeld, verwaarloosd en uitgehongerd. Tsjonge wat een kindertijd had deze jongen gehad. Vijfentwintig was hij nu, maar wat was er van hem terechtgekomen?
Pastor Lúcio zat juist in zijn kantoortje te worstelen met de jaarplanning toen de mensen van de sociale dienst kwamen vragen of hij Alex* misschien een poosje kon opvangen. Maar Lúcio was toe aan rust. Rust en een paar weken vakantie, want het was een zeer inspannend jaar geweest.
Lucio en JuniaMaar toch… Al jong was Alex aan de drank geraakt, in het criminele circuit beland en verschillende keren in de gevangenis terecht gekomen. En wat hem zelf als kind was overkomen had hij pasgeleden zijn eigen zoontje van negen maanden aangedaan. Hij had het weerloze kind in het gezichtje gebeten, geslagen en sigaretten op z’n huidje uitgedrukt. De baby had gegild van de pijn, maar het kon hem niets schelen. Elke keer weer was er die vernietigingsdrang. Zijn vriendin had hij in z’n dronken buien ook regelmatig in elkaar geslagen. Op een dag was het zó uit de hand gelopen dat ze was gevlucht, het kind met zich meenemend. Toen de politie achter hem aankwam, vluchtte hij het binnenland in. Maandenlang had hij daar in eenzaamheid geleefd. En terwijl de regens onafgebroken neerstroomden had hij daar gelegen onder het stuk plastic wat hij tussen twee bomen had gespannen. Zo nu en dan waagde hij zich in het dorp om eten te stelen. Maar het leven had totaal geen waarde meer voor hem.
En nu was hij gepakt. Pastor Lúcio stond op. Vooruit, hier was hulp nodig! Hij zou Alex in het huis van de zending onderbrengen. Maar daar aangekomen kwam er opeens een kerel met een groot mes op hen af die dreigde Alex te vermoorden.
“Wat nu?!” dacht Lúcio en het enige wat hem te binnenschoot was: bidden en bluffen. “God help ons!” bad hij en nadat hij de messentrekker had gedreigd met de politie droop deze gelukkig af en haastte Lúcio zich terug naar de kerk waar hij Alex  in een van de zondagschoolklasjes onderbracht.
“Elke dag bad ik met hem en bracht hem het Woord van God. Mijn hart huilde om zo’n sterke jonge kerel te zien die zo diep in de ellende zat. Maar steeds meer bespeurde ik in zijn ogen een groeiend sprankje hoop en een honger naar het evangelie.
We vonden betaald werk voor hem en daar doet hij erg zijn best. Pasgeleden heeft hij zijn leven aan de Here Jezus gegeven en onze hoop is nu dat het gezinnetje kan worden herenigd, maar er is nog een lange weg te gaan. Maar als de instanties de hoop hebben opgegeven zijn dan niet juist wíj, die de boodschap van Jezus brengen, degenen die blijven geloven in herstel?! Ik geloof en ik heb hoop!”
Bid mee voor Lúcio en zijn vrouw Júnia, maar vooral ook voor Alex en zijn gezin.

* naam is uit privacy overwegingen gefingeerd

WateroverlastDe overmatige regenval van de afgelopen maanden heeft een spoor van vernielingen achtergelaten, vooral in de provincie Minas Gerais: overstromingen, modderlawines en gedeeltes van wegen die de afgrond in stortten.
Bij de BEM bleef de schade gelukkig beperkt: een aarden wal die een muur van een voorraadkamer naar binnendrukte, maar ook één van de vloeren in het Kindercentrum van Paulistas zakte in omdat de afwatering daaronder de wateroverlast niet aankon. Gelukkig deden zich geen persoonlijke ongevallen voor, maar alles moet weer gerepareerd worden. De schade bedraagt rond de 7000 euro…

 

Wateroverlast kinderdagverblijf

 
Monday the 25th. © Evangelische Zending Brazilië - Joomla Site Templates